Overgangsmomenten zonder chaos: zo breng je rust op de groep

rust in oergangsmomenten op kinderdagverblijf

Overgangsmomenten...

Je zult het misschien wel herkennen; chaotische momenten tussen de verschillende activiteiten op een dag door. Ze kunnen stressvol zijn. Zowel voor jou als voor de kinderen.

Maar waarom kunnen deze momenten soms zo stressvol zijn? In dit artikel kom je het te weten. 

 

In dit artikel zal ik me vooral richten op de overgangsmomenten op het kinderdagverblijf voor kinderen van ongeveer twee tot vier jaar, maar natuurlijk zijn de tips die ik je geef toe te passen op alle leeftijden. Kijk vooral naar wat past bij de kinderen, jou als pedagogisch professional, jouw collega's en de visie en werkwijze van jouw organisatie. 

 

Ik weet het zelf nog van toen ik in de kinderopvang werkte dat een overgangsmoment soms best wel rommelig kon gaan, ondanks dat we een duidelijk ritme op de groep hadden en gebruikmaakten van rituelen. We werkten met dagritmekaarten en lieten vaste momenten op de dag telkens weer terugkomen. Dit werkt ook zeker! Tot op zekere hoogte...

 

Want, ook al heb je een duidelijk dagritme, routines, ritme en rituelen, een overgangsmoment blijft (vooral voor jonge kinderen) soms een onrustig en onverwacht moment. Ik weet zeker dat jij ook wel eens te horen hebt gekregen dat een kind niet wilde stoppen met buitenspelen. De vraag die je jezelf dan zou moeten stellen is niet "Hoe krijg ik dit kind mee in het ritme?", maar "Wat gebeurt er eigenlijk in het kind bij een overgangsmoment?".

 

Wat zijn overgangsmomenten? 

Waarschijnlijk zul jij werken met een "vast" dagprogramma. Het woord 'vast' zet ik bewust tussen aanhalingstekens, omdat zo'n dagprogramma natuurlijk niet écht vaststaand is. Je hebt waarschijnlijk terugkerende momenten op de dag die herkenbaar zijn voor de kinderen, maar wat er op zo'n moment gebeurt, is natuurlijk nooit helemaal te voorspellen. Jouw kracht als pedagogisch professional zit hem in het inspelen op datgene wat er zich op dat moment aandient, zodat je het kind zo goed mogelijk kunt begeleiden en hem een dag vol plezier kunt geven. 

 

Een emotionele gebeurtenis

Voor ons als volwassenen lijkt het misschien simpel. We schakelen even van activiteit en gaan dus wat anders doen dan waar we mee bezig waren. Waarschijnlijk doe jij dit dagelijks. Ben je net de vaatwasser aan het inruimen, word je pakketje bezorgd en moet je dus de deur opendoen. Even schakelen en we gaan weer door. 

Voor het (jonge) kind is dit niet altijd zo simpel. Schakelen van gebeurtenis vraagt namelijk heel veel van zijn executieve functies (Van der Linden, 2019) (meer weten over executieve functies, bekijk dan dit artikel). Hij moet schakelen ("Ik was net zo fijn aan het spelen!"), zijn impulsen beheersen ("Ik wil eigenlijk niet stoppen met spelen!") en zijn emoties reguleren ("Ik ben boos, want ik wil blijven buitenspelen en wil geen groenten gaan eten!"). Allemaal executieve functies die nog niet volledig ontwikkeld zijn. Nu begrijp je dus wel waarom een overgangsmoment veel energie kost en het dus soms rommelig kan aanvoelen. 

Op zo'n moment kunnen we denken dat we alle voorwaarden voor een fijn overgangsmoment toch hebben gecreëerd? We hebben een terugkerende dagindeling met herkenbare momenten, rituelen en een vaste structuur. Waarom gaat het soms dan toch mis? Het antwoord is simpel. Structuur zegt namelijk niet alles. Wanneer het kind het lastig vindt om zijn emoties te reguleren, heeft hij simpel gezegd weinig aan die structuur. Hij heeft er juist iets aan wanneer je hem hierbij begeleidt. En juist dat is iets wat we soms vergeten te doen.

Door boos te worden ("Ik weet niet goed hoe ik moet stoppen met mijn spel."), een activiteit te weigeren (Ik ben nog niet klaar met spelen.")  of te huilen ("Ik moet schakelen en dat vind ik nog lastig.") communiceert het kind iets met je en het is aan jou om hierop passend te reageren. Structuur vervangt dus niet begeleiding van de emoties (en executieve functies) van het kind. 

 

Gouden tips!

De volgende tips kun je toepassen bij overgangsmomenten. Ze hebben zowel effect op de structuur als op de begeleiding van de executieve functies.

  • Geef van te voren (bijv. 5 minuten) al aan dat een activiteit bijna is afgelopen. Bouw ook afrondtijd in, dus stop vervolgens niet abrupt, maar geef het kind te tijd.
  • Gebruik een vast ritueel voor het einde van een activiteit en het daaropvolgende overgangsmoment (bijv. een opruimliedje zingen).
  • Benoem wat de kinderen gaan doen (bijvoorbeeld “We gaan nu opruimen en daarna gaan we buitenspelen.”).
  • Baken de taken voor de kinderen af. Laat ze bijvoorbeeld eerst hun jas aan doen en geef daarna de opdracht om de schoenen aan te doen (dit voornamelijk bij het jonge kind).
  • Blijf rustig en voorspelbaar. Als jij gaat stressen, voelen de kinderen dit en kunnen zij de onrust overnemen.
  • Erken zijn emotie en geef woorden aan zijn gevoel.
  • Zorg ervoor dat je écht contact maakt met het kind om te zien wat hij nodig heeft. Vertraag.

 

Conclusie

Overgangsmomenten kun je zien als dé momenten op de dag waarop je verbinding maakt met het kind, hem helpt zichzelf te reguleren en het moment waarop je hem veiligheid en erkenning kunt bieden. Wees aanwezig en laat soms de structuur even varen als dit nodig is. Daar zit de kracht van overgangsmomenten!

 

Welke overgangsmomenten lopen bij jullie stroef en hoe kun je er anders naar kijken?

 

Referentielijst:

  • Van der Linden (2019). Executieve functies: een handreiking. SLO - Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling.

 

Disclaimer:

De informatie en downloads op Pedagogisch Pracht zijn bedoeld als inspiratie en professionele reflectie. Iedere situatie is anders. Gebruik de inhoud op een manier die past bij jouw organisatie, beleid en professionele verantwoordelijkheid.

Maak jouw eigen website met JouwWeb